DE TUIN LENTEKLAAR

Wil je meer dieren in je tuin? Variatie is dan het belangrijkst. Als je tuin veel variatie heeft, komen er verschillende dieren spontaan op af, want ze hebben elkaar nodig. Met veel variatie voorkom je ook dat één diersoort gaat overheersen en je tuin kaal vreet.

Vogels zijn druk in de weer met het bouwen van nesten, broeden en voeden. Ze kunnen daarom best wat hulp gebruiken. Wat extra eiwit- en kalkrijk voer bijvoorbeeld. Meelwormen, sprinkhanen of los strooivoer is nu het beste voor de vogels. Vogels schuilen graag in dichte struiken of hagen om aan roofvogels te ontkomen. Zorg daarom dat zo’n schuilplek goed bereikbaar is vanaf de voederplekken. Ook kun je zorgen voor natuurlijke voedingsbronnen door het planten van lijsterbessen, hulsten of vlinderstruiken. 

 

Hang ook een aantal nestkastjes hoog op in noordoostelijke richting. Zo hangen ze uit de wind en blijven ze mooi droog. Heb je al nestkasten hangen? Vergeet ze dan niet leeg en schoon te maken.

Naast vogels kun je de tuin nu ook aantrekkelijk maken voor vlinders, bijen en andere insecten. Zaai en plant genoeg planten die veel nectar produceren. Bijvoorbeeld seringen, stokrozen, lavendels, Gelderse rozen of vlinderstruiken.